Natuurwetgeving

De Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 zien toe op de bescherming van soorten en het behoud van natuurgebieden. Dit kan gevolgen hebben voor de uitvoer van ruimtelijke ingrepen. Door hier in een vroeg stadium rekening mee te houden, kunnen we helpen om vertraging in de planvorming en uitvoering te voorkomen.

De WABO (Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht) brengt sinds 1 oktober 2010 ongeveer 25 regelingen samen. Het gaat hierbij om bouw-, milieu-, natuur- en monumentenvergunningen, die opgaan in één vergunning, de zogenaamde Omgevingsvergunning. Ook de vergunningen voor de Natuurwetgeving zijn een onderdeel van de omgevingsvergunning. Indien een activiteit schadelijk is voor beschermde planten of dieren, dan moet in de omgevingsvergunning het onderdeel ‘Handelingen met gevolgen voor beschermde dieren en planten’ worden aangevinkt. De gemeente, de instantie voor het aanvragen van de omgevingsvergunning, vraagt vervolgens aan het ministerie van LNV toestemming voor het afgeven van de vergunning. Daartoe dient LNV een Verklaring van geen bedenkingen (Vvgb) te verstrekken.

Voor een goede beoordeling van de natuurwetgeving ondernemen we de volgende stappen:

  1. Natuurtoets
    Met een natuurtoets onderzoeken we of beschermde natuurwaarden te verwachten zijn in het gebied, en welke vervolgstappen er nodig zijn. Verdere onderzoeken zijn niet nodig als we geen negatieve effecten vaststellen, of als deze voorkomen kunnen worden.
  2. Ontheffingsaanvraag Flora- en faunawet
    Zijn negatieve gevolgen niet te voorkomen, dan is een ontheffingsaanvraag noodzakelijk. In een projectomschrijving komen de gevolgen van de ingreep aan bod en de maatregelen om de schade aan de natuur zoveel mogelijk te beperken.
  3. Compensatieplan
    Indien de gevolgen van de ingreep niet zijn te voorkomen is compensatie vereist waarvoor een compensatieplan wordt opgesteld.
  4. Ecologische begeleiding
    Ondersteuning bij de uitvoering van de ontheffingsvoorwaarden, zoals het verplaatsen van dieren en planten.
Wetgeving natuur
Vragen als ‘Welke soorten zijn aanwezig’ en ‘Wat zijn de gevolgen van de planvorming’ zijn alleen met voldoende kennis van de soorten en habitats te beantwoorden. De biologische kennis vormt bij Natuurbalans dan ook een belangrijke basis. Sinds het begin van de natuurwetgeving zijn wij betrokken bij de implementatie van deze kennis. Voor natuurtoetsen en passende beoordelingen zijn vele adviezen verzorgd. Onze werkzaamheden omvatten het uitvoeren van of opstellen van:

  • Inventarisaties voor de Flora- en faunawet.
  • De voortoets, de habitattoets en de passende beoordeling.
  • De ontheffing voor de Flora- en faunawet.
  • De vergunning onder de Natuurbeschermingswet.
  • Beleidsadvisering bij het opstellen van de beheerplannen Natura 2000.
  • Organisatieadvies over het borgen van de natuurwetgeving in uw organisatie of bedrijf.
  • het vertegenwoordigen van uw organisatie in projectgroepen, of bij het bevoegd gezag.

Kijk ook bij onze projecten en publicaties over wetgeving natuur.

line
footer
Website door Auxo Media