| Sinds de oprichting van Bureau Natuurbalans vormen vogelinventarisaties een belangrijk onderdeel van ons werkveld. Hieronder staan enkele voorbeelden van vogelonderzoeken, die we jaarlijks uitvoeren.
1) Beperkte broedvogelonderzoeken
Met een beperkt vogelonderzoek kunnen we in veel gevallen de aanwezigheid van door de Flora- en faunawet beschermde soorten vaststellen, en advies geven over de uitvoering van ruimtelijke ingrepen. Een beperkt vogelonderzoek bestaat meestal uit drie terreinbezoeken. Tijdens een vroege voorjaarsronde, wanneer de bomen nog niet in blad zitten, brengen we de aanwezigheid van roofvogelhorsten in kaart. Tijdens twee vervolgbezoeken onderzoeken we de aanwezigheid van onder meer huismus en gierzwaluw, en controleren we de bezetting van de eerder gevonden roofvogelhorsten. In principe zijn alle vogels beschermd tijdens het broedseizoen, dat voor de meeste soorten loopt van maart-juli. Ingrepen buiten deze periode vallen niet onder de Flora- en faunawet. Slechts een beperkt aantal soorten is strenger beschermd. Het Ministerie van LNV hanteert een lijst met soorten waarvan het nest een jaarrond beschermde status heeft. Dit zijn bijvoorbeeld roofvogels, uilen en de in het stedelijk gebied veel voorkomende huismus en gierzwaluw.
2) Tellingen van pleisterende watervogels
Tellingen van watervogels zoals eenden en ganzen vinden vooral plaats in Natura 2000-gebieden. Overwinterende watervogels hebben in deze gebieden (net als broedvogels) een beschermde status. De informatie over aanwezige wintervogels is van belang bij ingrepen in Natura 2000-gebieden, zoals de aanleg van een meestromende nevengeul in uiterwaardgebieden.
3) Uitgebreide territoriumkartering
Alle uitgebreide territoriumkarteringen worden uitgevoerd volgens de algemeen geaccepteerde methoden van SOVON Vogelonderzoek Nederland. Afhankelijk van de vraagstelling richten we ons op verschillende soortgroepen, zoals broedvogels, weidevogels, of andere zeldzame soorten. Het doel van een territoriumkartering varieert tussen:
- Het evalueren van de effecten van beheersmaatregelen.
- Het vaststellen van de actuele natuurwaarde van een gebied voor vogels.
- Het vaststellen van ontwikkelingen van de vogelstand (als deel van een monitoringsprogramma).
- Het aanvullen van een Milieu Effect Rapportage bij ruimtelijke ingrepen.
Opdrachtgevers voor territoriumkarteringen zijn in de meeste gevallen terreinbeheerders, zoals Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, de provinciale Landschappen of particulieren. |
|
 |