Het onderzoeken van zoogdieren is een vak apart. De meeste soorten laten zich zelden zien, maken geen geluid en zijn nachtactief. Bureau Natuurbalans beschikt over de kennis en materialen om deze diverse soortgroep in kaart te brengen.
Lifetraps
Kleine zoogdieren, vooral muizen en spitsmuizen, vangen we met life-traps ofwel inloopvallen. Deze vallen zijn voorzien van hooi en voer om de dieren in leven te houden. Tijdens controlerondes halen we de dieren uit de vallen en brengen we ze op naam. Indien nodig kunnen we de (spits)muizen merken om te bepalen of ze vaker in de vallen lopen. Deze methode gebruiken we vaak voor het determineren van de waterspitsmuis en de noordse woelmuis.
Zicht en sporen
Andere, grotere zoogdiersoorten inventariseren we op zicht of op basis van sporen. Sporen zijn er in allerlei soorten, zoals prenten (pootafdrukken), bewoningssporen (dassenburchten, eekhoornnesten), uitwerpselen, haren en vraat- en krabsporen.
